Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
KK 15-1172  
EBF nummer:
__W15054  
Datum uitspraak:
12-10-2015  
Titel:
Geen ontbinding huurovereenkomst ondanks afgewezen medehuurderschap  
Kern:
Verhuurder eist ontbinding van de huurovereenkomst omdat de huurders er illegaal zouden verblijven. In voorgaande periode zijn huurders uit elkaar geweest en was medehuurderschap i.v.m. te lange verbroken relatie afgewezen. Echter na die uitspraak zijn de beide huurders weer tot elkaar gekomen. Maar verhuurder is van mening dat ze nu illegaal op de woning verblijven omdat de rechtmatig huurder lange tijd afwezig is geweest. De rechter oordeelt nu in het kortgeding dat de eist van de verhuurder wordt afgewezen.

Samenvatting:
Voorgeschiedenis: Op 3 juli 1992 gaat de huurder samenwonen met zijn partner, en wel in haar woning. Sedert 1989 is zij hoofdbewoonster en huurster van die woning. In 2005 wordt Libra eigenaar van de woning. Vanwege ernstige problemen in de relatie verlaat Huurster op 19 april 2010 de woning en schrijft zich diezelfde dag in op een ander adres. Huurder blijft de woning bewonen en Huurster blijft huurster, want zegt de huur niet op. Op advies van het Wijksteunpunt Wonen (WSW) verzoeken zij verhuurder in september 2010 het huurcontract op naam van huurder te zetten. Verhuurder wijst het verzoek af, waarna het WSW huurder een advocaat toewijst. Huurder verzoekt de kantonrechter te bepalen dat Huurder medehuurder zal zijn van de woning. In november 2011 bepaalt de kantonrechter dat Huurder medehuurder is van de woning.
Tegen de uitspraak van de klantonrechter gaat verhuurder in hoger beroep bij het gerechtshof. Huurder laat zich daarin wederom bijstaand van WSWonen. In januari 2014 doet het hof uitspraak en wijst het medehuurderschap van huurder af, omdat het te laat is aangevraagd, t.w. 5 maanden na de verbreking.

Tegen dit arrest gaat huurder in cassatie bij de Hoge Raad (HR). In zijn arrest sluit de HR zich helaas aan bij de uitspraak van het hof; 5 maanden na de breuk is te laat om nog medehuurderschap aan te kunnen vragen. Voor deze en de andere procedures verstrekte het fonds garantstellingen.

Begin 2014 verzoenen huurder en huurster zich en gaan weer samenwonen in haar woning, die zij nog steeds huurt. Inmiddels wenst verhuurder dat zij beiden de woning ontruimen en start daarvoor een kort geding. Huurder beroept zich tegenover verhuurder op het volgende:
- Huurster woont er nog steeds, de huurverhogingsvoorstellen van de afgelopen jaren zijn steeds aan haar gericht en Huurder betaalde steeds namens haar de huur
- Huurster verplaatste geruime tijd haar hoofdverblijf, maar het hebben van hoofdverblijf in het gehuurde is geen wettelijke en evenmin een contractuele verplichting
- daarmee bestaat er geen grond voor ontbinding van de huurovereenkomst.

Aan de hand van deze feiten oordeelt de kantonrechter dat de vordering van de verhuurder in kortgeding wordt afgewezen en veroordeeld de verhuurder in de proceskosten.

Rechter:
E.R.S.M. Marres  
Gemachtigde:
Kees Oosterwijk  
Instantie:
Rechtbank Amsterdam  
Winnaar:
huurder  
Deze uitspraak bevat 1 bijlage. Wilt u deze per mail ontvangen, stuur dan een verzoek naar spreekuur@wooninfo.nl en vermeld het kenmerk en de titel van de uitspraak.
 
  Terug