Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
10465/04  
EBF nummer:
BIN 04-29  
Datum uitspraak:
24-12-2004  
Titel:
Onvoorziene omstandigheden  
Kern:
Huurovereenkomst staat niet in de weg aan de toepasselijkheid van de wettelijke bepalingen betreffende de huurprijs.

Samenvatting:
Verhuurder verhuurt een woning te Amsterdam. Volgens het huurcontract bedraagt de huurprijs ?1000 per maand, en is de overeenkomst aangegaan voor een periode van twee jaar.
In art. 1.3 van een aanhangsel bij het huurcontract is bepaald dat de artikelen 7A:1623a tot en met 1623o BW en de Huurprijzenwet niet op de overeenkomst van toepassing waren, maar alleen de overeenkomst dat op de woning van toepassing is.
O.g.v. art. 11a van de Huurprijzenwet verzoekt huurder uitspraak te doen over de vraag of partijen slechts de hoogte van de prijs en niet van de huurprijs zijn overeengekomen. De huurcommissie beslist dat partijen een all-in huurprijs zijn overeengekomen en heeft de huurprijs vastgesteld op ?252 per maand op basis van 87 punten.

Verhuurder vordert vernietiging dan wel ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en verklaring voor recht dat aan huurder geen beroep op art. 11 Hpw toekomt. Zij beroept zich:
- op dwaling omdat de huurovereenkomst voor bepaalde tijd en voor de overeengekomen prijs is aangegaan, terwijl huurder kennelijk de intentie heeft gehad om ook na de overeengekomen duur in het gehuurde te blijven en om een beroep te doen op art 11 Hpw;
- op onvoorziene omstandigheden

Uit de artikelen 37 en 7:265 volgt dat art. 1.3 van het aanhangsel bij de huurovereenkomst niet in de weg staat aan de toepasselijkheid van de wettelijke bepalingen betreffende de huurprijs.
Gezien art. 7A:271 BW kan verhuurder niet veronderstellen dat de huurovereenkomst na de overeengekomen duur zou eindigen, dan wel dat de prijs niet aan de toetsing door de huurcommissie en de rechter onderwerpt kan worden. Op dezelfde grond kan evenmin gesproken worden van een onvoorziene omstandigheid die tot vernietiging van de overeenkomst kan leiden.

De kantonrechter beslist:
I De huurprijs van de woning wordt vastgesteld op ?252 per maand;
II Verhuurder wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Rechter:
S.G. Ellerbroek  
Gemachtigde:
 
Instantie:
Rechtbank, sector Kanton  
Winnaar:
Huurder  
 
  Terug