Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
CV 07-10005  
EBF nummer:
BIN 07-30  
Datum uitspraak:
04-04-2008  
Titel:
Ernstig het woongenot schadend  
Kern:
Is houtrot aan de kozijnen van de ramen een gebrek in de zin van art. 250 lid 2 BW en art. 16 lid 4 Uitvoeringswet?

Samenvatting:
Huurder huurt een woonruimte te Amsterdam voor ?200,- per maand. De woonkwaliteit is gesteld op 132 punten, waarvoor de maximale redelijke huurprijsgrens ?560,- bedraagt.

Huurder verzoekt de huurcommissie de huurprijs tijdelijk op een lager bedrag vast te stellen i.v.m. gebreken en te beoordelen of huurverhoging tot ?225,- per maand redelijk was.
Verhuurder heeft in juli en augustus 2006 werkzaamheden aan het pand verricht. Daarna bleef als klacht over dat ter plaatse van de zolderverdieping, de ramen en kozijnen door houtrot waren aangetast.

De huurcommissie oordeelt dat het verzoek van de huurder tot tijdelijke huurverlaging van de huurprijs i.v.m. gebreken niet redelijk was en dat het voorstel van de verhuurder tot huurverhoging wel redelijk was te achten. In het oordeel bij het eerste verzoek wordt betrokken dat het enig overgebleven gebrek niet als ?ernstig het woongenot schadend? aangemerkt kon worden en dat het uitstel in de vervanging daarvan niet aan verhuurder te wijten is, en in het tweede verzoek van huurder dat de geldende huur (slechts) 35,8% van de maximale redelijke huur bedroeg zodat een huurverhoging van ?25 redelijk is.
Huurder kan zich met de beslissing van de huurcommissie niet verenigen.

De kern van het geschil is tussen partijen de vraag of het feit dat de zolderkozijnen door houtrot waren aangetast, een gebrek is in de zin van art. 250 lid 2 BW en art. 16 lid 4 Uitvoeringswet woonruimte en dus moet leiden tot een weigering van de voorgestelde woonruimte.
Anders dan huurder betoogt dient in deze wetsbepaling niet als gebrek te worden aangemerkt iedere tekortkoming aan de woonruimte, maar slechts die gebreken die kunnen leiden tot een tijdelijke huurverlaging van de huurprijs. De kantonrechter is met de huurcommissie van oordeel dat houtrot aan zolderkozijnen, niet kan leiden tot een tijdelijke huurverlaging en daarmee ook niet aan een huurverhoging in de weg staat.

De kantonrechter:
I wijst de vordering af;
II veroordeelt huurder in de kosten van de procedure aan de zijde van verhuurder;
III verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Rechter:
M.V. Ulrici  
Gemachtigde:
 
Instantie:
Rechtbank, sector Kanton  
Winnaar:
Verhuurder  
 
  Terug