Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
200809460  
EBF nummer:
PPF 09-10  
Datum uitspraak:
22-07-2009  
Titel:
Hogerberoep Raad van Staten belanghebbende samenvoegingsvergunning.  
Kern:
Huurster stelt dat zij belanghebbende is in de aanvraag van samenvoegingsvergunning. Huurder wil bezwaar maken tegen deze samenvoeging van de woonruimte. De Raad van Staten bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de huurster.

Samenvatting:
Huurster gaat in hogerberoep bij de Raad van Staten, nadat haar beroep bij de rechtbank (Sector Bestuursrecht) was afgewezen. De huurster gaat in beroep omdat zij van mening is dat zij belanghebbende is bij de afgifte van de samenvoegingsvergunning.
De huurster is woonachtig op de begane grond en eerste etage, de samenvoegingsvergunning is aangevraagd voor de eerste en tweede etage.

De huurster stelt dat zij volgens artikel 1:2 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (Awb) onder de noemer van belanghebbende moet worden gerekend omdat zij stelt direct belang te heben bij het verlenen van de samenvoegingsvergunning. Omdat deze vergunning gevolgen zal hebben voor haar woonsituatie.
Na het verlenen van de samenvoegingsvergunning heeft de eigenaar bij de burgerlijke rechter een vordering tot ontruiming voor de eerste etage van de huurster aangevraagd.

De huurster haalt ook jurisprudentie aan, zei stelt dat uit artikel 36 en 37 van de huisvestingswet de verplichting voortvloeit dat de bewoner van de woning waar een vergunning voor wordt aangevraagd zijn zienswijze naar voren mag brengen voordat een besluit genomen mag worden.

De rechter stelt, dat de huurster geen belanghebbende is in de zin van de Awb. En dat de aangehaalde jurisprudentie een afspiegeling is van een andere niet op deze zaak lijkende situatie. Dat de verhuurder nu ook een civielrechtelijke procedure is gestart is geheel los van de bezwaarprocedure bij de Raad van State.

De huurster wordt door de rechter niet ontvankelijk verklaard, de huurster wordt niet direct in haar belangengeraakt. De vergunning geeft alleen de publiekrechtelijke toestemming om de eerste en tweede etage juridisch samen te voegen. Bij de verlening van de vergunning verandert niets aan de werkelijke situatie. De rechter bekrachtigt de voorgaande uitspraken van de rechtbank en de bezwaarprocedure.

Rechter:
W.G. Lubberdink  
Gemachtigde:
 
Instantie:
Raad van State  
Winnaar:
Het dagelijks bestuur (Oud Zuid)  
 
  Terug