Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
31852/04  
EBF nummer:
kenmerk 13  
Datum uitspraak:
30-09-2005  
Titel:
Onzelfstandige woonruimte / huurprijs / geen verzoek tot herstel aan verhuurder, geen tijdelijke huurprijsverlaging wegens gebreken  
Kern:

Samenvatting:
Kantonrechter heeft geoordeeld dat huurcommissie verkeerde beslissingen heeft gemaakt.

Huurder huurt van verhuurder een onzelfstandige woonruimte en is het recht verleend tot medegebruik van de douche en de twee gemeenschappelijke toiletten, dit is opgenomen in de huurovereenkomst.

Huurder dient verzoek in tot tijdelijke huurverlaging wegens gebreken aan de woning.
Huurcommissie oordeelt dat vanaf 1 dec 2002 tot het einde van de huuroverkomst 1 april 2004, huur ? 64,56 wegens gebreken.

Verhuurder is het niet eens met beslissingen van de huurcommissie. Hij stelt dat het verzoek aan de huurcommissie tot tijdelijk verlaging van de huurprijs niet vooraf is gegaan aan een verzoek aan verhuurder tot herstelling van de gebreken binnen zes weken, het verzoek zou dus niet ontvankelijk zijn.

Huurder heeft niet voldoende kunnen bewijzen dat hij er melding aan verhuurder is gedaan tot het verrichten van herstelwerkzaamheden binnen 6 weken (art. 7:257 lid 2 BW). De huurcommissie had hierdoor het verzoek van huurder tot tijdelijke huurverlaging niet in behandeling mogen nemen, kantonrechter kan dit ook niet doen. Hierdoor kan er geen sprake zijn van tijdelijke huurverlaging wegens gebreken.

Voorts is de vraag of de huurprijs boven het wettelijk maximum ligt hiervoor is het volgende van belang:
Wanneer er huurverhoging of huurverlaging wordt vastgesteld moet bepaald worden of de woonruimte onzelfstandig of zelfstandig is. Hierbij worden namelijk verschillende woningwaarderingsstelsels toegepast.
Er is sprake van een onzelfstandige woonruimte wanneer er een wezenlijke voorziening gedeeld moet worden met andere huurders. In dit geval moet de wc en de wc-doucheruimte worden gedeeld, dit valt aan te merken als een wezenlijke voorziening. In casu is er dus sprake van een onzelfstandige woonruimte.
Dit brengt met zich mee dat er geen grond is voor huurverlaging, wel grond voor huurverhoging.

Verhuurder wordt door de kantonrechter in het gelijk gesteld. Huurder wordt veroordeeld in de kosten.

Rechter:
mr. S.G. Ellerbroek  
Gemachtigde:
 
Instantie:
Rechtbank, sector Kanton  
Winnaar:
 
 
  Terug