Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
rolnummer: 04-33587  
EBF nummer:
OWE 0429  
Datum uitspraak:
06-09-2005  
Titel:
Geen huurverlaging / termijn van 6 maanden verstreken / voortzetting huurovereenkomst  
Kern:

Samenvatting:
De kantonrechter heeft geoordeeld dat de huurcommissie ten onrechte huurder heeft ontvangen in haar verzoek tot het doen van een uitspraak over de redelijkheid van de aanvangshuurprijs. Dit omdat de termijn van 6 maanden was verstreken door voortzetting van de tijdelijke huurovereenkomst.

Verhuurder wordt eigenaar van een pand die al wordt verhuurd. De huurovereenkomst gesloten met de vorige eigenaar is een huurovereenkomst voor bepaalde tijd.
De verhuurder sluit twee huurovereenkomsten met huurder af, beide voor bepaalde tijd. Huurder vraagt de huurcommissie uitspraak te doen over de redelijkheid van de aanvangshuurprijs. De huurcommissie stelt de huurprijs op een bedrag van ? 508, de overeengekomen huurprijs bedroeg ? 1150 per maand.
Huurder heeft de huurovereenkomst opgezegd.

Verhuurder vordert huurder niet ontvankelijk te verklaren in haar verzoek bij de huurcommissie omdat de termijn van zes maanden was verstreken. Daartoe vordert hij betaling van de achterstallige huur.

Huurder stelt dat hij wel tijdig een verzoek bij de huurcommissie heeft ingediend, namelijk binnen de 6 maanden van de 1e huurovereenkomst gesloten tussen hem en de ?nieuwe? verhuurder.

Kantonrechter oordeelt dat in art. 7:249 is aangegeven dat het verzoek moet plaatsvinden uiterlijk tot zes maanden na het tijdstip waarop een door hem met betrekking tot die woonruimte voor de eerste maal aangegane huurovereenkomst is ingegaan.
Huurder heeft al eerder een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot deze woonruimte met vorige eigenaar van het pand. Deze huurovereenkomst is voortgezet toen de huidige verhuurder eigenaar van het pand werd, er heeft geen leegstand van het pand plaatsgevonden tussen de twee huurovereenkomsten.
Bovendien stelt de rechter het volgende: ?Verhuurder mocht er overigens ook op vertrouwen dat de door huurder betaalde huurprijs de te betalen huurprijs was nu de termijn van 7:249 BW was verstreken.?
Daarmee is de rechter van oordeel dat de huurcommissie ten onrechte het verzoek van huurder heeft toegewezen.
De rechter oordeelt dat de huurder de te weinig betaalde huur alsnog aan verhuurder moet betalen.

Rechter:
mr. S.B. Rip  
Gemachtigde:
 
Instantie:
Rechtbank, sector Kanton  
Winnaar:
 
 
  Terug