Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
Kknummer: 1277K04  
EBF nummer:
kenmerk 26  
Datum uitspraak:
15-12-2004  
Titel:
Zolderruimte: berging of woonruimte? / onderhuur c.q. ingebruikgeving  
Kern:

Samenvatting:
De kantonrechter te Amsterdam heeft in casu bepaald dat onderhuur van een zolderruimte is toegestaan.

Huurder huurt sinds 1969 een woning, tot het gehuurde behoort een zoldervertek van 3,5 meter bij 5 meter, de ruimte is voorzien van openslaande deuren naar het balkon en is aangesloten op de waterleiding en elektriciteitsvoorziening.
In 1997 heeft het pand een nieuwe eigenaar gekregen, in 1998 is het pand gerenoveerd. Tussen verhuurder en huurder is toen een woningverbeteringscontract afgesloten. Hierin is het zoldervertrek aangemerkt als ?berging?.
In de voorstellen tot huurverhoging is het zoldervertek aangemerkt als ?zolderruimte?.
Huurder heeft de zolderruimte onderverhuurd aan een derde.
April 2004 heeft het stadsdeel aan huurder bericht dat het zoldervertrek zonder vergunning was verbouwd tot woonruimte en dat deze ruimte als woning in gebruik was.

Verhuurder vordert vast huurder te verbieden de zolderruimte als woonruimte te gebruiken en deze aan derde als woonruimte in gebruik te geven. Hiertoe voort verhuurder aan dat de ruimte naar zijn aard is bestemd om als berging te gebruiken. Tevens heeft verhuurder geen toestemming gegeven voor onderhuur. Bewoning zou leiden tot een brandgevaarlijke situatie en is strijdig met de publiekrechtelijke voorschriften. Ook zou overlast worden veroorzaakt voor bewoner onder de zolderruimte.

De kantonrechter oordeelt als volgt:
Huurder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de zolderruimte al sinds 1980 als woonruimte wordt gebruikt. Vooralsnog kan de kantonrechter niet oordelen dat de zolderruimte naar zijn aard niet is bestemd als woonruimte. Het uiterlijk van de ruimte duidt eerder op een woonruimte dan op een berging.
Art. 7:244 stelt dat huurder geen toestemming nodig heeft van verhuurder voor ingebruikgeving / onderhuur aan een derde. Niet aannemelijk is gemaakt dat in een contractueel beding onderhuur is verboden.
Niet aannemelijk is gemaakt dat er verbouwd is, dan wel dat er brandgevaar bestaat. De geluidsoverlast is niet van een dergelijke mate dat bewoning van de zolderruimte zou moeten worden verboden.
De kantonrechter wijst de vordering van verhuurder af.

Rechter:
mr. S.G. Ellerbroek  
Gemachtigde:
 
Instantie:
Rechtbank, sector Kanton  
Winnaar:
 
 
  Terug