Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
CV 0610626  
EBF nummer:
 
Datum uitspraak:
07-05-2007  
Titel:
Verhuur van korte duur/ aard van korte duur  
Kern:
Het woord? tijdelijk?op een huurovereenkomst is niet voldoende om daadwerkelijk te spreken over een tijdelijke huurovereenkomst. Er moet sprake zijn van feitelijke omstandigheden die aantonen dat er sprake is van een tijdelijke verhuur van de woning.

Samenvatting:
Huurder heeft op 11 februari 2005 van verhuurder een woning gehuurd in Amsterdam tegen een huur van ? 1050, - per maand. Huurder en verhuurder hebben een huurovereenkomst ondertekend waarop staat ? overeenkomst van korte duur? . De huurder en verhuurder hebben een huur termijn van 12 maanden en 18 dagen afgesloten met daarbij nog een verlengde huurperiode van 24 maanden. Huurder is het niet eens met de hoogte van de huur en stapt binnen in de wet bepaalde termijn naar de huurcommissie om een redelijke huurprijs vast te stellen. De Huurcommissie oordeelt vervolgens dat de overeengekomen huurprijs van E 850, - per maand niet redelijk is en dat de huurprijs per ingang van 11 februari 2005 E 539 zou moeten zijn en het voorschotbedrag E 42,00.- per maand.

Huurder eist van de verhuurder tot betaling over te gaan van E 5813( te veel huur+kosten). De verhuurder heeft zich niet binnen de in de wet bepaalde termijn verweerd tegen de uitspraak van de huurcommissie bij de kantonrechter waardoor er wordt geacht dat beide partijen zich kunnen verenigen met deze uitspraak. Uiteindelijk komt de verhuurder met het verweer dat er sprake zou zijn geweest van een huurovereenkomst voor gebruik van een woonruimte dat naar zijn aard slechts van betrekkelijk korte duur zou zijn geweest. Hierom (stelt de verhuurder) is de huurcommissie niet bevoegd om een redelijke huurprijs vast te stellen en is er volgens de verhuurder niet teveel huur betaald.

De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder geen enkele feitelijkheid of omstandigheid kan noemen waaruit blijkt dat er sprake is van een huurovereenkomst van korte duur. Ook oordeelt de kantonrechter dat de bewording van het huurcontract slechts rituele bezweringen zijn die beogen de werking van de vroegere huurprijzenwet Woonruimte te omzeilen. De vordering van de huurder wordt door de kantonrechter toegewezen.

Verhuurder beschuldigt de huurder ervan geen goede huurder te zijn en eist van de huurder de achterstallige huur kosten ( E 2340) te betalen met als gevolg van een ontbinding van het huurcontract. Echter acht de kantonrechter de beschuldigingen niet voldoende bewezen om deze te laten slagen. Kantonrechter wijst de vordering van de verhuurder af.

Rechter:
Mr. J. Westhoff  
Gemachtigde:
 
Instantie:
Rechtbank, sector Kanton  
Winnaar:
Huurder  
 
  Terug