Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
P07/00375  
EBF nummer:
PPF 08-03  
Datum uitspraak:
28-11-2009  
Titel:
Splitsingsvergunning bezwaar van de Huurdersverenging ZuiderAmstel  
Kern:
Huurder is het niet eens met de vaststelling van de onroerende zaakbelasting op zijn woning. De woning wordt wel als gespits en leeg getaxeerd maar dat is niet de feitelijke situatie. Hierdoor is de WOZ waarde te hoog. De rechter oordeelt dat de waarde wel goed is vast gesteld. De wet geeft ruimte voor een fictieve werkelijkheid. Waarbij de woning gesplitst en direct opleverbaar is. De bewoner wordt in het ongelijk gesteld. De uitspraak van de rechtbank vernietigt. De WOZ waarde vast gesteld in de bezwaar procedurevast wordt vastgesteld als de WOZ waarde.

Samenvatting:
De heffingsambtenaar van de belasting dienst heeft de waarde van de woning vast gesteld op 224.000, - euro. Dit is het zelfde bedrag dat is vast gesteld voor de berekening van de onroerende zaakbelasting wegens gebruik van de woning.
Hiertegen wordt bezwaar gemaakt en wordt de waarde verminderd tot 200.500, - euro met het zelfde bedrag wordt ook de onroerende zaakbelasting verlaagd.
De bewoner gaat hier tegen in beroep bij de rechtbank, het beroep wordt gegrond verklaard. De vastgestelde waarde en onroerende zaakbelasting worden in deze procedure verlaagd en vast gesteld op 175.000, - euro.
Tegen deze uitspraak gaat de heffingsambtenaar in beroep bij het Hof.

In het hogerberoep wordt de rechter gevraagd uitspraak te doen over: 1) of de heffingsambtenaar heeft na constatering dat de vergelijkbare woningen niet vergelijkbaar zijn met de te taxeren woning. De heffingsambtenaar deze vergelijkbare woningen had moeten vervangen zodat de vergelijking weer passend werd. 2) de waarde van de woning; er wordt van mening verschild over de vraag of bij de bepaalde waarde rekening moet worden gehouden met het feit dat de woning onderdeel is van een niet gesplist pand.

Het hof (later de rechter) oordeel als volgt op de twee geschil punten.
1) de heffingsambtenaar hoeft niet in de gelegenheid te worden gesteld om de vergelijkbare woningen aan te passen. De gebruikte woningen bedroegen maar 60m2 i.p.v. de 80m2 die de te taxeren woning groot was. Door dit verschil in oppervlakte kan wel worden vastgesteld dat de taxatie van de woning in kwestie niet te hoog kan zijn.
2) De waarde van de woning wordt bepaald naar de waarde die de woning heeft op de waardepeildatum, in de staat waar de woning op dat moment in verkeerd.
Er wordt volgens de wet op de WOZ gekeken naar een fictieve werkelijkheid, hoeveel is de woning waard indien deze in lege toestand en op de peildatum wordt verkocht. Dat de woning onderdeel uitmaakt van een complex en de eigendomsrechten niet zijn gesplits wordt hier buiten beschouwing gelaten.

Door deze vaststellingen van deze twee punten wordt de heffingsambtenaar in het gelijk gesteld. De rechter vernietigt de uitspraak in beroep van de rechtbank en verklaart het ingestelde beroep bij de rechtbank ongegrond.
Hieruit volgt dat de WOZ waarde wordt vastgesteld op 200.500, - euro gelijk aan de uitspraak van de bezwaar procedure.

Rechter:
P.M.F. van Loon, J.P.F. S  
Gemachtigde:
 
Instantie:
Sector Bestuursrecht  
Winnaar:
heffingsambtenaar / gemeente Amsterdam  
 
  Terug