Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
CV 042-8321  
EBF nummer:
 
Datum uitspraak:
27-01-2006  
Titel:
Geliberaliseerde woning/onduidelijke formulering vordering  
Kern:
Indien er twijvel is ontstaat tussen wel of geen geliberaliseerde woning, dient de verhuurder doormiddel van voldoende bewijsstukken aan te tonen dat er sprake is van een geliberaliseerde woning. Indien dit door de verhuurder word nagelaten, zal de kantonrechter de woning niet geliberaliseerd achten.

Samenvatting:
Huurder heeft van juli 1996 tot en met 7 april 1999 een woonruimte gehuurd van de verhuurder. Huurder heeft op 8 augustus 2000 verzocht een uitspraak doen over de hoogte van de betalingsverplichting met betrekking tot de servicekosten. Op 3 december 2003 heeft de huurcommissie de betalingsverplichting m.b.t. de servicekosten voor de periode 1 januari 1998 tot en met 31 december 1998 vastgesteld op E 618, - en van 1 januari 1999 tot en met 31 maart 1999 vastgesteld op E 159, -

In conventie

De verhuurder vordert dat de uitspraak van de huurcommissie (9 september 2003) nietig word verklaard. Zij voert hierbij aan dat de woonruimte een geliberaliseerde woonruimte is en dus niet onder de huurprijzenwet valt. Daarnaast voert de verhuurder aan dat zij ten onrechte niet is gehoord door de huurcommissie. Zij is niet opgeroepen omdat de oproeping door de huurcommissie naar een verkeerd adres werd gestuurd.

De huurder stelt ten eerste dat de verhuurder geen duidelijke omschrijving van de vordering geeft. Daarnaast vind de huurder dat de wijze van procederen van de verhuurder in strijd is met de bepalingen van het wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, zodat de verhuurder niet ontvankelijk verklaard kan worden.

Ten eerste is de kantonrechter het eens met de huurder dat de verhuurder zijn vordering niet duidelijk heeft geformuleerd. Vervolgens zegt de kantonrechter dat er geen sprake is van een geliberaliseerde woonruimte. De kantonrechter stelt dat de verhuurder onvoldoende heeft gemotiveerd (en dus onvoldoende bewijsstukken afgeleverd) waaruit blijkt dat er sprake is van een geliberaliseerde woning.

Op de acquisitie van de verhuurder dat hij niet op de hoogte is gebracht van de hoorzitting zegt de kantonrechter dat deze op onwaarheden berust. Volgens de kantonrechter was de verhuurder wel degelijk op de hoogte gesteld van de hoorzitting aangezien hij de aan hem toegezonden acceptgirokaarten( voor de betaling van leges proceskosten huurcommissie) heeft geretourneerd met de mededeling dat hij hier niet meer akkoord gaat.

Tot slot heeft de verhuurder op geen enkele wijze kenbaar gemaakt waarom de servicekosten onjuist zijn berekend. Met de bovengenoemde inachtneming wijst de kantonrechter de vordering van de verhuurder af.

In reconventie

De huurder vordert bij vonnis dat de verhuurder de teveel betaalde servicekosten terugbetaald.


De kantonrechter wijst de vordering toe.

Rechter:
A.J.T. karskens  
Gemachtigde:
 
Instantie:
Rechtbank, sector Kanton  
Winnaar:
Huurder  
 
  Terug