Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
geen  
EBF nummer:
PPF1302  
Datum uitspraak:
29-05-2013  
Titel:
Rechtzaak tegen Huurcommissie om foute uitspraak te herstellen  
Kern:
Huurcommissie verandert in procedure over servicekosten eigenhandig de naam van de eigenaar in die van de nieuwe. Met die uitspraak kan huurder echter niet het teveel betaalde bij de oude eigenaar terughalen. Nieuwe procedure kan niet, want de termijn voor een servicekosten procedure is inmiddels verstreken. Beroep tegen de uitspraak helpt niet, want dat is een inhoudelijk zaak tegen de nieuwe eigenaar. De enige oplossing blijkt een procedure tegen de huurcommissie: zaak overdoen of de € 4000 vergoeden die huurster anders misloopt. De landsadvocaat reageert op de dagvaarding: huurcommissie gaat zaak alsnog overdoen.

Samenvatting:
Civiele procedure tegen de huurcommissie. Deze heeft namelijk eigenhandig de naam van verhuurder in een procedure over de servicekosten veranderd in de naam van de nieuwe eigenaar, waardoor huurster € 4000 misloopt. De termijn om de procedure alsnog op te starten is verstreken. Huurcommissie erkent dat zij een fout heeft gemaakt, maar wil deze niet herstellen en zegt uit coulance huurster € 900 proceskosten te willen vergoeden. Civiele procedure om de huurcommissie te dwingen alsnog uitspraak te doen tegen de juiste persoon of ander de schade te vergoeden. De landsadvocaat laat het niet tot een rechtszaak komen. Besloten wordt de zaak bij de huurcommissie in zijn geheel over te laten doen,waarmee huurster alsnog haar recht haalt.

Achtergrond: Huurster huurt van verhuurder B. sedert februari 2009. Vanaf 14 december 2010 is O. de nieuwe eigenaar/verhuurder. Begin 2010 wendt huurster zich tot het Wijksteunpunt Wonen (WSW) i.v.m. het voorschotbedrag servicekosten en eind 2010 m.b.t. de afrekening servicekosten 2009. Door of via het WSW worden daarop bij de Huurcommissie (HC) verzoekschriften ingediend over beide kwestie, het eerste begin 2010 en het tweede eind 2010. Bij uitspraak van 24 september 2010 op naam van verhuurder B. verlaagt de HC het maandelijkse voorschotbedrag vanaf 1 april 2010 en op 20 april 2011 stelt de HC de servicekosten over 2009 vast op een bedrag, dat resulteert in een door huurster te veel betaald bedrag aan servicekosten van ruim 4.000 euro. Deze uitspraak staat op naam van verhuurder O., omdat de HC zijdelings van ex-verhuurder B. vernam dat deze geen verhuurder meer is, maar dat O. dat inmiddels is.

Na het definitief worden van de uitspraak van de HC van 20 april 2011 verwijst het WSW huurster naar jurist Commandeur om bij de kantonrechter terugbetaling van de onverschuldigd betaalde servicekosten te vorderen van verhuurder B. De kantonrechter wijst de vordering van huurster af, omdat B. geen partij was bij de procedure bij de HC over de servicekosten 2009, dus niet gebonden is aan de uitspraak van de HC en het dus niet aan B. was tegen die uitspraak in beroep te gaan bij de kantonrechter, maar juist aan huurster, als zij B. i.p.v. O. had willen binden aan die uitspraak. Het tegen deze uitspraak door huurster ingestelde hoger beroep wordt later ingetrokken omdat dit een kansloze weg blijkt.

Vervolgens richt advocaat Panholzer zich tot de HC over de servicekostenzaak 2009. Hij stelt dat de HC (en niet huurster) zelf en ten onrechte deze procedure op naam van de nieuwe verhuurder heeft gezet. Tevens stelt hij de HC aansprakelijk voor de schade die huurster hierdoor lijdt, zoals de misgelopen terugvordering servicekosten en proceskosten. De HC laat weten inderdaad een fout gemaakt te hebben wat betreft tenaamstelling en verder dat intrekking van de uitspraak niet mogelijk is en uit coulance (slechts) een proceskostenvergoeding van 900 euro wordt aangeboden.
Civiele procedure te dagvaarden en primair te vorderen de HC te bevelen alsnog een beslissing te nemen op het in 2010 ingediende oorspronkelijke verzoekschrift, dat als verhuurder Booker vermeldt, met als reden dat op dit verzoekschrift tussen deze twee partijen nog steeds geen uitspraak is gedaan, en als subsidiaire eis schadevergoeding van de HC. De landsadvocaat laat vervolgens weten dat de Huurcommissie de zaak volledig over zal doen.

Rechter:
niet nodig  
Gemachtigde:
Frans Panholzer  
Instantie:
Rechtbank Den Haag  
Winnaar:
Huurder  
 
  Terug