Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
CV 12-40031  
EBF nummer:
__W1231  
Datum uitspraak:
17-07-2013  
Titel:
Huurder ontbind huurovereenkomst partieel i.v.m. gebreken  
Kern:
Huurder ontbonden de huurovereenkomst partieel ivm gebreken in de woning. Echter zijn deze al verholpen. Verhuurder eist betaling van de openstaande huurpenningen. Verhuurder wordt in gelijkt gesteld, de huurder had volgens de rechter de huurovereenkomst niet partieel mogen ontbinden.

Samenvatting:
De woning van de huurder vertoont gebreken. De huurder is naar de HuCo gestapt maar dit had niet het gewenste effect. De verhuurder heeft werkzaamheden verricht aan de gebreken, de gebreken zijn volgens de verhuurder verholpen. De huurder was van mening dat ze is aangetast in haar woongenot.
De huurder besluit tot een partiële ontbinding van de huurovereenkomst, in plaats van de 272,67 euro per maand betaald de huurder nog maar 30.23 euro per maand. De huur is voor 200 euro opgezegd.
Huurder heeft vanaf 1 sep ’08 t/m juli ’09 een bedrag van 30,23 euro per maand betaald. Verhuurder heeft herhaaldelijk gesommeerd om het juiste bedrag aan huur te betalen en het te weinig betaalde huur te ontvangen. Op 24 aug ’12 en 8 okt ’12 heeft de huurder respectievelijk €6,10 en €1.232,55 betaald. De verhuurder heeft de servicekosten verrekend met het nog openstaande bedrag.

Verhuurder vordert een bedrag van +/- 2.500 euro. Vermeerderd met wettelijk rente tot en met en vanaf 13 dec ‘12, buitengerechtelijk incassokosten en veroordeling in de proceskosten. Daarnaast stelt de verhuurder dat de huurder ten onrechte de huurovereenkomst partieel heeft ontbonden. Waardoor de huurder de nog openstaande huurpenningen aan hem verschuldigd is. Tot slot verzoek de verhuurder de huurder te veroordelen in de proceskosten.

Huurder verweerdr zich hiertegen en stelt dat dit wel mogelijk is door verwijzing naar jurisprudentie van het Hof Den Bosch (30 juni ’09, WR2010,43). De Huurcommissie heeft geen effect, de procedure duurt te lange en de sanctie is te laag. Dit geeft meer dan genoeg reden tot een partiële ontbinding van de huurovereenkomst. Huurder betwist tot slot de vordering tot betaling van de rechtelijk kosten, dit omdat de verhuurder het geschil niet buiten de rechter wilde oplossen.

De rechter oordeelt dat het betoog van de huurder faalt, dit omdat de huurder via een art 7:257 de mogelijkheid wordt geboden om een huurverlaging via de HuCo af te dwingen. De huurder heeft alleen de mogelijkheid tot een partiële ontbinding indien er sprake is van zeer ernstige gebreken in dit geval vind de Hoge Raad het aanvaardbaar. In deze zaak is hier geen sprake van, het gebrek was zelfs al verholpen. Indien de huurder hier aanspraak op had willen maken had de huurder dit bij de conclusie van antwoord als nog moeten vorderen.
De conclusie van de rechter is dat de huurder alsnog het openstaande bedrag aan huur moet betalen. Echter is de rechter van mening dat de niet rechterlijk kosten niet aan de huurder gevorderd kunnen worden. De verhuurder heeft onvoldoende aangetoond dat hij de rechtsgang wilde voorkomen.

De huurder wordt veroordeeld tot het betalen van 1.550,06 euro over + de rente over het bedrag van 2.085,16 en 535,50 euro buitenrechtelijk incassokosten.
Tevens wordt de huurder veroordeeld in de proceskosten, begroot op 847,17 euro.

Rechter:
Y.A.M. Jacobs  
Gemachtigde:
Frans Panholzer  
Instantie:
Kanton  
Winnaar:
verhuurder  
Deze uitspraak bevat 1 bijlage. Wilt u deze per mail ontvangen, stuur dan een verzoek naar spreekuur@wooninfo.nl en vermeld het kenmerk en de titel van de uitspraak.
 
  Terug