Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
1924/04  
EBF nummer:
OZP 0489 (OZP  
Datum uitspraak:
29-09-2005  
Titel:
Beding in huurovereenkomst voor tijdelijke huur niet geldig  
Kern:

Samenvatting:
VOORAFGAAND verzoek tot huurprijsverlaging van 2 bewoners bij huurcommissie --> verhuurder ziet daarna opeens noodzaak tot eigen bewoning van pand

Verhuurder is sinds 1987 eigenaar van een woning die op dat moment was verhuurd aan een familie (aan de Hemonylaan) te Amsterdam. Deze bovenwoning bestaat uit drie verdiepingen en is later verhuurd aan drie verschillende huurders in alle gevallen krachtens een schriftelijke huurovereenkomst aangegaan in 2002.
Alle huurovereenkomsten zijn aangegaan voor een bepaalde tijd. Zij bevatten een beding waarbij de partijen ?zich bekend en akkoord? verklaren met het feit dat de overeenkomst ?uitdrukkelijk gesloten is voor het tijdelijk gebruik van het onderhavige perceel, mede gezien de persoonlijke omstandigheden van de verhuurder?.
In 1987 is de verhuurder tevens eigenaar geworden van de benedenwoning. De verhuurder heeft deze woning aanvakelijk zelf bewoond. Zij heeft de woning in 1999 verkocht en is zij buiten Amsterdam gaan wonen.

Verhuurder heeft aan alle huurders de huur schriftelijk opgezegd begin 2004. Geen van de huurders heeft ingestemd met de be?indiging van de huur.

Verhuurder is met de zaak naar de kantonrechter gegaan, deze heeft de vorderingen afgewezen. Daartegen heeft ze hoger beroep ingesteld.

Verhuurder voert aan dat zij zelf samen met haar kinderen de bovenwoning wil gaan betrekken op grond van art. 7:274, eerste lid onder b en tweede lid onder a BW, dringend eigen gebruik.
Voor het slagen van het beroep op dit artikel is vereist dat verhuurder niet eerder zelf heeft bewoond of heeft verhuurd.
Verhuurder heeft de bovenwoning inderdaad niet eerder zelf bewoond maar wel de benedenwoning voordat de bovenwoning en benedenwoning in appartementsrechten waren gesplitst. Feitelijk gaat het dus om dezelfde woonruimte.
Tevens heeft de verhuurder de woning wel degelijk eerder verhuurd, namelijk aan de familie die er al woonde toen verhuurder eigenaar van het pand werd.
Beroep hierop kan dus niet slagen.

De verhuurder wil graag in haar eigen pand wonen zodat ze een kortere reistijd zal hebben naar haar werk (noodzaak), haar belangen zijn echter niet groter dan de belangen voor de huurders bij voortzetting van de huurovereenkomsten, art. 7:274 lid 1 sub c BW.

Het Gerechtshof stelt de verhuurder in het ongelijk. De huurovereenkomsten worden niet be?indigd.

Rechter:
mrs. J.H. Huijzer, W.H.F.  
Gemachtigde:
 
Instantie:
3 zaken Rechtbank ? 1 zaa  
Winnaar:
 
 
  Terug