Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
480559 / KG ZA 11-69 P/TF  
EBF nummer:
BAA1124  
Datum uitspraak:
10-02-2011  
Titel:
Ontruimingsverzoek verhuurder na vaststelling onderhuur situatie.  
Kern:
Verhuurder heeft een onderhuursituatie aangetroffen dankzij het project zoeklicht. Verhuurder verzoekt de rechter om de huurovereenkomst te ontbinden met de huurder en toestemming te geven van de ontruiming van de woonruimte. Verhuurder wordt in het gelijk gesteld door de rechter maar de ontruimingstermijn wordt wel opgerekt om de onderhuurster de mogelijkheid te geven andere woonruimte te vinden.

Samenvatting:
Vanaf 1994 huurt de huurder de sociale huurwoning van een woningbouwcorporatie. In het jaar 1997 constateert de verhuurder dat huurder niet meer in op zijn woning staat ingeschreven bij het GBA. Verhuurder steld de huurder hiervan op de hoogte en geeft aan hier weer te wonen en zich weer in geschreven te hebben op de woning.
Tijdens het project Zoeklicht in 2010 constateert de Dienst Wonen dat op de woning iemand anders woont. Deze mevrouw woont hier samen met haar twee kinderen, ze heeft aan hier pas kort te wonen en op de vraag waar de hoofdhuurder is zegt ze dat hij twee dagen geleden op vakantie is gegaan naar Amerika en dat hij over ongeveer twee weken weer terug komt. De inspecteur vermoed dat de mevrouw hier al langer woont en meld dit bij de verhuurder. Dienst Wonen en de verhuurder starten samen een onderzoek en daaruit blijkt dat de huurder de sociale huurwoning onderverhuurt. Op de vraag om deze situatie te stoppen krijgt de verhuurder geen reactie.

Verhuurder eist nu bij de kantonrechter ontbinding van de huurovereenkomst. Omdat de huurder niet meer op de woning woont heeft hij de overeenkomst eigenlijk al stilzwijgend beëindigd. Daarnaast vordert de verhuurder de ontruiming van de woonruimte.

Huurder heeft op geen enkel schrijven gereageerd. De onderhuurster verweerd zich hier wel tegen. Ze geeft aan dat ze een urgentieverklaring heeft aangevraagd maar dat ze (nog) niet aan de vereisten voldeed, daardoor is dit verzoek afgewezen. De huurster erkend dat ze zonder enige recht op de woning verblijft maar ze zit wel met twee kleinen kinderen en heeft nog een andere woonruimte gevonden. Ze vraag uitstel zodat ze nogmaals een urgentieverklaring kan aanvragen.

De rechter beoordeeld dat de verhuurder gemachtigd is om de huurovereenkomst te ontbinden en de ontruiming van de woning te eisen. Dit omdat het een gereguleerde woonruimte betreft die ter beschikking moet worden gesteld aan huurders die zich hiervoor hebben ingeschreven. De rechter is wel van mening dat de verhuurder rekening moet houden met de termijn van ontruiming. De onderhuurster betaald nu de huur direct aan de verhuurder en de onderhuurster moet in gelegenheid worden gesteld om nogmaals een urgentie verklaring aan te vragen. Daarom wordt de ontruimingstermijn op 2 maanden na dagtekening vonnis gesteld. De verhuurder mag na deze periode de sterke arm toepassen middels de deurwaarder en de kosten in rekening brengen bij de onderhuurster. Daarnaast wordt de huurder en onderhuurster in de proceskosten veroordeeld.

Rechter:
M.Y.C. Poelmann  
Gemachtigde:
Frans Panholzer  
Instantie:
Sector Kanton  
Winnaar:
Verhuuder  
Deze uitspraak bevat 1 bijlage. Wilt u deze per mail ontvangen, stuur dan een verzoek naar spreekuur@wooninfo.nl en vermeld het kenmerk en de titel van de uitspraak.
 
  Terug