Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
CV 06-16181  
EBF nummer:
OOS 0606  
Datum uitspraak:
16-10-2006  
Titel:
Heeft huurder toegezegd om berging zolderverdieping af te staan.  
Kern:
Uit het feit dat huurder voorstellen heeft gedaan betreffende een tegenprestatie voor het afzien van aanspraken op de berging heeft de verhuurder redelijkerwijs niet mogen afleiden dat huurder daarmee een onherroepelijk aanbod heeft gedaan waaraan hij na aanvaarding door zou zijn gebonden.

Samenvatting:
Huurder huurt al 30 jaar een woning waartoe ook een berging op de zolderverdieping behoort. Verhuurder is nieuwe eigenaar geworden. Verhuurder heeft een bouwvergunning aangevraagd om van de berging een afzonderlijke woning te maken. Hij geeft hier als reden voor dat er scheuren in de scheidingswand zouden zijn en om meer gevaar te voorkomen is de berging gesloopt.
Huurder heeft een voorstel gedaan aan verhuurder over het afstaan van de berging tegen een bepaalde tegenprestatie. Bij brief heeft de verhuurder een voorstel gedaan om de huurder een nieuwe huurovereenkomst aan te bieden welke zou gelden na de renovatie. Dit zou inhouden dat de huurder op de bestaande huurprijs per 1 juli 2008, 2009 en 2010 een verhoging zou moeten betalen van de dan geldende hoogste redelijke huurprijs. De huurder is niet met dit voorstel akkoord gegaan.

Verhuurder wil de huurovereenkomst opzeggen wegens het niet instemmen met een redelijk voorstel tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst.

Huurder stelt dat er geen sprake is van een nieuwe huurovereenkomst, omdat de huurprijs ontbreekt. Huurder betwist dat hij is akkoord gegaan met het afstaan van de berging. Huurder vordert van verhuurder het terugplaatsen en ter beschikking stellen van de berging.

De kantonrechter oordeelt als volgt.
De kantonrechter is wat betreft de huurder van oordeel dat het niet redelijk is om te verlangen dat hij zich verbindt aan een per juli 2008, 2009 en 2010 te betalen huurprijs zonder dat duidelijk is welk bedrag dit zou zijn. De verhuurder heeft de huurprijs afhankelijk gesteld van de op het betreffende tijdstip geldende ten hoogste redelijke huurprijs.

De kantonrechter stelt dat verhuurder onvoldoende bewijs heeft waaruit blijkt dat huurder vooraf toestemming heeft gegeven voor het slopen van de berging.
De dringende werkzaamheden die nodig zouden zijn voor de berging, brengt niet met zich mee dat de gedaante van de berging verandert moet worden. Tevens heeft huurder de berging al 30 jaar in bezit zonder dat er ooit problemen zijn geweest. Aannemelijk is dat de werkzaamheden alleen noodzakelijk zijn voor de door verhuurder gewenste woning. Uit het feit dat huurder voorstellen heeft gedaan betreffende een tegenprestatie voor het afzien van aanspraken op de berging heeft de verhuurder redelijkerwijs niet mogen afleiden dat huurder daarmee een onherroepelijk aanbod heeft gedaan waaraan hij na aanvaarding door zou zijn gebonden.
De kantonrechter wijst de vordering van de verhuurder af. En veroordeelt verhuurder om de berging ter beschikking te stellen van huurder.

Rechter:
Mr. C.L.J.M. de Waal  
Gemachtigde:
 
Instantie:
Rechtbank, sector Kanton  
Winnaar:
Huurder  
 
  Terug