Gerechtelijke uitspraken

Disclaimer:
Samenvatten is mensenwerk. We staan niet garant voor de volledigheid. Als u de geanonimiseerde uitspraak (zie bijlage) wilt ontvangen kunt u een verzoek richten aan spreekuur@wooninfo.nl. Hou er rekening mee dat verschillende rechters van geval tot geval verschillende afwegingen kunnen maken.

  Terug

Kenmerk (rechtbank)/Zaaknr.:
3131668 EA VERZ 14-560  
EBF nummer:
__W14045  
Datum uitspraak:
28-08-2014  
Titel:
Vervolg procedure op W14020. Appartementkoopster begane grond stelt huurrecht berging op bg van buurvrouw 1 hoog ter discussie.  
Kern:
Vervolg procedure op W14020. Nadat de verhuurder ter vergeefs de bering op de begane grond ter discussie heeft gesteld. Nu probeert de appartementkoopster het zelf, ze vind de berging op haar appartementsrecht deel niet rechtsgeldig en heeft hier de ontbinding + ontruiming voor geëist. De ontruiming is ook toewezen alleen is deze nog niet uitvoerbaar. Nu is er een discussie ontstaan of de eiser niet ontvankelijke verklaard dient te worden.

Samenvatting:
Appartementkoopster begane grond stelt huurrecht berging op bg van buurvrouw boven ter discussie. Terwijl de zaak over de vraag of er een huurovereenkomst is voor de berging, zegt vh voor de zekerheid op o.g.v. art.230a. Zich op het standpunt stellend dat áls er een huurovereenkomst is, de ruimte in gebruik is als berging en er dus bedrijfsruimterecht op van toepassing is. H verzoekt verlenging en bepleit haar niet-ontvankelijkheid omdat woonruimterecht van toepassing is. Vh bepleit hetzelfde op grond dat er geen huurovereenkomst is.
Partijen hebben niet de vordering voorgelegd om te beslissen welk huurregime van toepassing is. Deze procedure heeft een beperkt kader: het geven van een oordeel over de ontruimingsbescherming, waarbij hoger beroep in beginsel niet openstaat. Fundamentele (voor-)vragen kunnen beantwoord worden in deze procedure, maar die lenen zich daar in dit geval niet voor. De beoordeling daarvan met mogelijke processuele complicaties gaat het kader van deze procedure te buiten. Er kan niet over de niet-ontvankelijkheid geoordeeld worden zonder te oordelen over de achterliggende vraag. Wel kan worden geoordeeld over de subsidiaire vraag in het geval komt vast te staan dat a) tussen partijen een huuroverenkomst geldt en b) het regime van 230a van toepassing is.
Wijst het verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring af. Verlengt de termijn waarbinnen de ontruiming van de berging moet plaatsvinden tot 31 mei 2015 indien de onder a) en b) genoemde voorwaarden zijn vervuld. Compensatie kosten.

Rechter:
F. van de Hoek  
Gemachtigde:
Frans Panholzer  
Instantie:
Kantonrechter  
Winnaar:
Geen  
Deze uitspraak bevat 1 bijlage. Wilt u deze per mail ontvangen, stuur dan een verzoek naar spreekuur@wooninfo.nl en vermeld het kenmerk en de titel van de uitspraak.
 
  Terug